Een vennootschap zonder bezittingen snel en eenvoudig beëindigen? Een turboliquidatie lijkt daarvoor een aantrekkelijke oplossing. Maar vergis je niet: ook bij deze ‘snelle’ manier van ontbinden gelden belangrijke verplichtingen voor het bestuur. Wie daar niet aan voldoet, kan daar achteraf persoonlijk de gevolgen van ondervinden.

Een turboliquidatie kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als de activiteiten zijn gestaakt, de omzet is weggevallen en er geen bezittingen meer zijn. Er vindt dan geen vereffening plaats: de vennootschap wordt ontbonden en uitgeschreven uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Deponerings- en mededelingsplicht
Sinds de invoering van de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie gelden voor bestuurders aanvullende verplichtingen. Binnen veertien dagen na de ontbinding moet het bestuur verschillende financiële stukken en toelichtingen openbaar maken. Het bestuur moet daarbij:
  • een balans en een overzicht van baten en lasten openbaar maken over het boekjaar waarin de vennootschap is ontbonden;
  • ook de financiële stukken over het voorafgaande boekjaar openbaar maken indien daarover nog geen jaarrekening is gepubliceerd;
  • toelichten waarom op het moment van de ontbinding geen baten meer aanwezig waren;
  • indien voorafgaand aan de ontbinding nog baten aanwezig waren, uitleggen hoe deze zijn verkocht of anderszins te gelde zijn gemaakt en hoe de opbrengsten zijn besteed of verdeeld;
  • indien schuldeisers geheel of gedeeltelijk onbetaald zijn gebleven, inzicht geven in de redenen daarvoor;
  • eventuele nog niet openbaar gemaakte jaarrekeningen uit eerdere boekjaren alsnog publiceren, inclusief een accountantsverklaring indien die vereist was; en
  • direct na de deponering de bekende schuldeisers hierover schriftelijk informeren.

Deze transparantieverplichtingen zijn bedoeld om schuldeisers in staat te stellen te beoordelen of de turboliquidatie terecht is toegepast. Op die manier krijgen zij meer inzicht in de financiële afwikkeling van de vennootschap. Hoe zwaar een gebrek aan transparantie kan wegen, blijkt uit drie recente uitspraken.

Zaak 1: turboliquidatie leidt tot persoonlijke aansprakelijkheid
In een recente uitspraak van de rechtbank Rotterdam had een vennootschap haar activiteiten verkocht, waarna haar bestuurder de vennootschap via een turboliquidatie ontbond. Het bestuur gaf echter onvoldoende inzicht in wat er met de verkoopopbrengst was gebeurd en waarom een schuldeiser onbetaald was gebleven. Bovendien werd deze schuldeiser niet geïnformeerd over de turboliquidatie.

Voor de rechtbank was het totaalbeeld doorslaggevend: de timing van de verkoop, de daaropvolgende turboliquidatie en het gebrek aan openheid maakten volgens de rechtbank voldoende aannemelijk dat de turboliquidatie was gebruikt om verhaal door een schuldeiser te frustreren. Het gevolg: de bestuurders werden persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk gehouden voor een schadebedrag van ruim € 56.000.

Zaak 2: gebrek aan openheid leidt tot faillissement na turboliquidatie
In de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam ging het om een vennootschap die bij haar turboliquidatie geen inzicht had gegeven in haar financiële situatie. Daarnaast waren sinds de oprichting geen jaarrekeningen gepubliceerd.

Volgens het hof kon niet worden uitgesloten dat een curator een kansrijke aansprakelijkheidsvordering tegen de bestuurder zou kunnen instellen. Het niet publiceren van jaarrekeningen speelde daarbij een belangrijke rol. Zo’n mogelijke vordering kan onder omstandigheden worden gezien als een bate van de vennootschap. Dat was voldoende om het faillissement alsnog uit te spreken.

Van persoonlijke aansprakelijkheid was op dat moment nog geen sprake. Wel werd een curator benoemd om onderzoek te doen naar het handelen van het bestuur. Dat onderzoek kan alsnog leiden tot een aansprakelijkstelling van de bestuurder.

Zaak 3: schending van de transparantieplicht leidt tot persoonlijke aansprakelijkheid
In de uitspraak van rechtbank Den Haag ging het om een vennootschap die na haar turboliquidatie in het geheel niet had voldaan aan de deponerings- en mededelingsplicht: er werden geen stukken openbaar gemaakt en de schuldeiser werd niet geïnformeerd.

De bestuurders voerden aan dat dit het gevolg was van een fout van hun accountant, maar de rechtbank ging daar niet in mee. Die fout komt voor rekening van de bestuurders zelf en kan niet worden afgewenteld op de schuldeiser. Bovendien wisten de bestuurders op het moment van de turboliquidatie al dat deze schuldeiser een vordering op de vennootschap wilde instellen.

Opvallend aan deze zaak is dat de rechtbank de bestuurders niet verweet dat zij de schuldeiser bewust hadden benadeeld door de turboliquidatie. Daarvoor was onvoldoende bewijs. Desondanks werden de bestuurders alsnog aansprakelijk gehouden. Het niet naleven van de deponerings- en mededelingsplicht werd onder deze omstandigheden namelijk gezien als een zelfstandige onrechtmatige daad. Doordat de schuldeiser geen inzicht kreeg in de financiële afwikkeling van de vennootschap, kon zij niet tijdig maatregelen treffen om haar verhaalspositie te beschermen.

Hoe bestuurders risico’s kunnen beperken
Een turboliquidatie kan een efficiënte manier zijn om een lege vennootschap te beëindigen, maar vraagt om een zorgvuldige voorbereiding. Bestuurders doen er verstandig aan vooraf kritisch te beoordelen of daadwerkelijk geen baten meer aanwezig zijn. Zorg daarnaast dat de administratie volledig, op orde en actueel is, alle jaarrekeningen tijdig zijn gedeponeerd en wordt voldaan aan de deponerings- en mededelingsplicht.

Overweeg je een turboliquidatie of heb je vragen over de verplichtingen die daarbij gelden? Neem gerust contact met mij op via zkoria@turnaroundadvocaten.nl of bel 085 201 0010. Samen zorgen we ervoor dat de ontbinding van de onderneming zorgvuldig verloopt.